HomeKennisColumns Peter van der Aart

Columns Peter van der Aart

Peter van der Aart is sinds 1997 als jurist werkzaam voor Team Sportservice en Sportkader Nederland en is tot op de dag van vandaag actief betrokken bij het verenigingsleven. Hij is gevraagd op prikkelende wijze zijn kijk op de sector te geven.

 


Multifunctionele sportparken 

,,Getelde schapen lopen het hok uit!” kreeg ik vroeger van mijn oma te horen als ik mijn spaarpot leegschudde om de balans op te maken.  

Ook in het verenigingsleven zijn we geneigd relatief veel aandacht te besteden aan de inkomstenkant. Contributieinning, baromzet, toernooiorganisatie en sponsorinkomsten vragen veel aandacht. In hoeverre gaat deze aandacht ten koste van creatieve inzichten aan de kostenkant…. 

Om in verenigingsverband te sporten hebben we leden nodig en een accommodatie. Bij veldsporten komen we snel in de verleiding het aantal leden af te stemmen op de hoeveelheid velden. In tijden van krimp gaan we druk op zoek naar leden omdat we anders de huur niet meer kunnen ophoesten. Velden afstoten ligt niet in onze aard. Stel je voor dat de buitenwereld ziet dat het minder goed gaat met de club en zie ze maar weer eens terug te krijgen als je eenmaal afscheid hebt genomen. Toekomstige generaties sportbestuurders zullen hier wellicht anders over denken. 

Wie groot gebracht is in de wereld van SpotifyGreenwheelsNetflix en de OV-fiets heeft de voordelen van de deeleconomie aan den lijve ondervonden. Kijkend in mijn glazen bol zou dit kunnen resulteren in sportbeleid waarbij het besturen van de vereniging steeds verder weg komt te staan bij het exploiteren van accommodaties. Een verschijnsel dat zaalsportverenigingen niet vreemd is. Een sporthal wordt door meerdere verenigingen gebruikt voor competitie en trainingen. Is dat bij veldsport dan onmogelijk? 

Met name multifunctionele sportparken moeten echt multifunctioneel worden ingezet opdat ze enerzijds een grotere bijdrage kunnen leveren aan de sociale infrastructuur en anderzijds flexibel gebruik door meerdere sportverenigingen mogelijk wordt gemaakt. Een krimpend ledental hoeft dan niet direct aanleiding te zijn tot bestuurlijke stress want de deeleconomie maakt het mogelijk om alleen dat af te nemen waar daadwerkelijk behoefte aan is.  

Waarschijnlijk zou mijn oma deze overpeinzing afdoen als onzin. Maar zij komt dan ook uit een tijd waarin er ruim 28.000 verenigingen waren en multifunctionele sportparken niet bestonden. Inmiddels is het aantal sportverenigingen teruggelopen tot ongeveer 24.000, maar is het goede nieuws dat het totaal aantal sporters in georganiseerd verband gelijk is gebleven en zelfs iets toegenomen (zie fig. 5.2 op pagina 86 van het Brancherapport Sportverenigingen in Nederland, 2018, Mulier instituut uitgegeven door Arko Sports Media). Om delen makkelijker te maken moet de sport misschien meer investeren in de toename van het aantal verenigingen dan in de groei van het aantal kostendragers per club…… U mag het zeggen.