HomeKennisColumns Peter van der Aart

Columns Peter van der Aart

Peter van der Aart is sinds 1997 als jurist werkzaam voor Team Sportservice en Sportkader Nederland en is tot op de dag van vandaag actief betrokken bij het verenigingsleven. Hij is gevraagd op prikkelende wijze zijn kijk op de sector te geven.

 


Vrijwilligers cv

“Doe wel en zie niet om.” Zei mijn oma vroeger als ik klaagde dat iemand iets niet voor mij wilde doen terwijl ik daarentegen zo behulpzaam was geweest. De essentie van vrijwilligerswerk werd mij door oma met de paplepel ingegoten…..

Diverse onderzoeken hebben aangetoond dat iets doen voor een ander de mens gelukkiger maakt. Sla Op naar geluk van Ap Dijksterhuis (Prometheus/Bert Bakker, 2015) er maar eens op na. Toch is het vergroten van geluksgevoel niet altijd de ultieme drijfveer om vrijwilligerswerk te verrichten. Een financiële prikkel, uiteraard binnen de kaders die de fiscus daaraan stelt in de Vrijwilligersregeling, kan dan uitkomst bieden. Al denken puriteinen zoals mijn oma daar anders over; wie een vergoeding ontvangt kan niet volhouden dat de inzet op vrijwillige basis is. Is er ook een ander ‘voordeel’ denkbaar dat aanzet tot altruïsme, maar niet direct vertaald kan worden naar klinkende munt?

Wie solliciteert stuurt een curriculum vitae mee waarin de relevante persoonsgegevens en vaardigheden worden weergegeven. Vaak wordt onderaan het document melding gemaakt van de ‘nevenactiviteiten’ waar de sollicitant zich mee bezig heeft gehouden. In dit containerbegrip gaan vaak juweeltjes van kennis & kunde schuil die zijn verzameld in een carrière als vrijwilliger. Zou het niet veel verstandiger zijn voor nevenactiviteiten een apart cv op te stellen en daarmee de potentieel werkgever voorzien van een nog scherper beeld van de kandidaat?

Het is in de politiek niet ongebruikelijk dat kandidaten voor bestuursfunctie in hun cv blijk moeten geven van maatschappelijke betrokkenheid. Waarom dan niet bij sollicitaties in het algemeen of bij de overheid in het bijzonder? Wie een aantal jaar bestuurslid geweest is van een sportvereniging heeft in de uitoefening van die functie niet alleen blijk gegeven van maatschappelijke betrokkenheid, maar ook vaardigheden aangeleerd en kennis opgedaan. Ik vind het zonde om deze kwaliteiten te verstoppen onder ‘nevenactiviteiten’. Ik pleit dan ook voor de erkenning van een apart Vrijwilligers cv bij sollicitaties. Bij gelijke geschiktheid van kandidaten kan de opgedane vrijwilligerservaring de doorslag geven. Naast maatschappelijke erkenning voor de geleverde inzet biedt meewegen van het Vrijwilligers cv werkzoekenden van alle leeftijden bovendien de kans te investeren in zichzelf in de vertrouwde en veilige omgeving van de sportvereniging. Professionele begeleiding en tricks & tips zijn te verkrijgen via sportbonden, provinciale sportorganisaties en lokale uitvoerders van gemeentelijk sportbeleid.

Mijn oma had zeker kunnen leven met deze verkapte vorm van belonen want op een donker plekje in het trapgat van haar huis hing ook een tegeltje met opschrift; Voor wat, hoort wat!


Multifunctionele sportparken 

,,Getelde schapen lopen het hok uit!” kreeg ik vroeger van mijn oma te horen als ik mijn spaarpot leegschudde om de balans op te maken.  

Ook in het verenigingsleven zijn we geneigd relatief veel aandacht te besteden aan de inkomstenkant. Contributieinning, baromzet, toernooiorganisatie en sponsorinkomsten vragen veel aandacht. In hoeverre gaat deze aandacht ten koste van creatieve inzichten aan de kostenkant…. 

Om in verenigingsverband te sporten hebben we leden nodig en een accommodatie. Bij veldsporten komen we snel in de verleiding het aantal leden af te stemmen op de hoeveelheid velden. In tijden van krimp gaan we druk op zoek naar leden omdat we anders de huur niet meer kunnen ophoesten. Velden afstoten ligt niet in onze aard. Stel je voor dat de buitenwereld ziet dat het minder goed gaat met de club en zie ze maar weer eens terug te krijgen als je eenmaal afscheid hebt genomen. Toekomstige generaties sportbestuurders zullen hier wellicht anders over denken. 

Wie groot gebracht is in de wereld van SpotifyGreenwheelsNetflix en de OV-fiets heeft de voordelen van de deeleconomie aan den lijve ondervonden. Kijkend in mijn glazen bol zou dit kunnen resulteren in sportbeleid waarbij het besturen van de vereniging steeds verder weg komt te staan bij het exploiteren van accommodaties. Een verschijnsel dat zaalsportverenigingen niet vreemd is. Een sporthal wordt door meerdere verenigingen gebruikt voor competitie en trainingen. Is dat bij veldsport dan onmogelijk? 

Met name multifunctionele sportparken moeten echt multifunctioneel worden ingezet opdat ze enerzijds een grotere bijdrage kunnen leveren aan de sociale infrastructuur en anderzijds flexibel gebruik door meerdere sportverenigingen mogelijk wordt gemaakt. Een krimpend ledental hoeft dan niet direct aanleiding te zijn tot bestuurlijke stress want de deeleconomie maakt het mogelijk om alleen dat af te nemen waar daadwerkelijk behoefte aan is.  

Waarschijnlijk zou mijn oma deze overpeinzing afdoen als onzin. Maar zij komt dan ook uit een tijd waarin er ruim 28.000 verenigingen waren en multifunctionele sportparken niet bestonden. Inmiddels is het aantal sportverenigingen teruggelopen tot ongeveer 24.000, maar is het goede nieuws dat het totaal aantal sporters in georganiseerd verband gelijk is gebleven en zelfs iets toegenomen (zie fig. 5.2 op pagina 86 van het Brancherapport Sportverenigingen in Nederland, 2018, Mulier instituut uitgegeven door Arko Sports Media). Om delen makkelijker te maken moet de sport misschien meer investeren in de toename van het aantal verenigingen dan in de groei van het aantal kostendragers per club…… U mag het zeggen.