HomeAchtergrondenDe transitievergoeding

De transitievergoeding

Is een medewerker langer dan twee jaar in dienst bij u en wordt de (arbeids)overeenkomst door u als (sport)organisatie beëindigd of niet verlengd? Dan heeft de medewerker mogelijk recht op een transitievergoeding.

Deze vergoeding dient als compensatie voor ontslag en moet de overgang naar een andere baan gemakkelijker maken. Een medewerker is niet verplicht deze transitievergoeding aan te wenden voor bijvoorbeeld scholing of begeleiding van-werk-naar-werk en de transitievergoeding kan niet uitgesloten worden in de (arbeids)overeenkomst.

Wanneer heeft een medewerker recht op de transitievergoeding?

Een medewerker heeft recht op de vergoeding wanneer de (arbeids)overeenkomst:

  • een minimale duur heeft van 24 maanden;
  • door de (sport)organisatie is opgezegd;
  • op initiatief van de (sport)organisatie door de kantonrechter is ontbonden;
  • wanneer de (arbeids)overeenkomst voor bepaalde tijd niet door de (sport)organisatie wordt verlengd;
  • beëindigd wordt als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de (sport)organisatie en daardoor door de medewerker is opgezegd of verzocht is te ontbinden;
  • na twee jaar ziekte wordt opgezegd door de (sport)organisatie.

Wanneer heb je als medewerker geen recht op de transitievergoeding?

Een medewerker heeft geen recht op de vergoeding wanneer de (arbeids)overeenkomst:

  • eindigt of niet wordt voorgezet nadat hij of zij de AOW-gerechtigde leeftijd of een hogere of lagere overeengekomen pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt;
  • beëindigd wordt als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen van de medewerker (diefstal, ontslag op staande voet);
  • met wederzijds goedvinden beëindigd wordt;
  • wordt beëindigd bij faillissement of surseance van betaling van de (sport)organisatie;
  • indien de medewerker korter dan 2 jaar in dienst is;
  • wordt beëindigd voor het bereiken van de 18 jarige leeftijd en de medewerker ten hoogste 12 uur per week heeft gewerkt;
  • een afwijkende regeling bevat op basis van de van toepassing zijnde cao.

De hoogte van de transitievergoeding

De transitievergoeding bedraagt de eerste 10 jaar 1/3 maandsalaris per dienstjaar en daarna 1/2 maandsalaris per dienstjaar. De transitievergoeding bedraagt maximaal € 75.000,- bruto of één jaarsalaris wanneer dat hoger is dan € 75.000,- bruto. Voor medewerkers die bij het einde van het dienstverband 50 jaar of ouder zijn, terwijl hun dienstverband tenminste 10 jaar heeft geduurd, geldt tot 1 januari 2020 een overgangsregeling. Zij ontvangen één bruto maandsalaris voor ieder jaar dat zij na het bereiken van de leeftijd van 50 jaar bij de (sport)organisatie in dienst zijn geweest.  Deze regeling geldt niet voor (sport)organisaties met minder dan 25 medewerkers.

Berekenen van het aantal dienstjaren

Voor het bepalen van de duur van de (arbeids)overeenkomst moet de duur van de opvolgende (arbeids)overeenkomsten opgeteld worden. (Arbeids)overeenkomsten voor bepaalde tijd die elkaar binnen zes maanden opvolgen worden bij elkaar opgeteld. Indien de cao Sportverenigingen wordt gevolgd tellen de (arbeids)overeenkomsten die elkaar binnen drie maanden opvolgen mee. De tussenpozen tellen niet mee voor de berekening van de duur van het dienstverband en de hoogte van de transitievergoeding.

Kleine werkgevers

Voor kleine organisaties (met minder dan 25 medewerkers) die om bedrijfseconomische redenen de (arbeids)overeenkomst willen beëindigen geldt tot 1 januari 2020 nog een uitzondering. Om in aanmerking te komen voor deze uitzondering moet er sprake zijn van zeer ernstige financiële problemen bij de (sport)organisatie. U kunt hiervoor een verklaring financiële situatie aanvragen bij het UWV.

Loonbegrip bij de transitievergoeding

Voor de transitievergoeding geldt hetzelfde loonbegrip als bij bepaling van de Kantonrechtersformule (de zogenaamde b-factor), namelijk het brutoloon, 8% vakantietoeslag, eindejaarsuitkering en/of 13e maand en bonussen.

Welke kosten mogen in mindering gebracht worden op de transitievergoeding?

Er mogen op grond van art. 7:673 lid 3 BW drie soorten kosten in mindering gebracht, namelijk:

  • De transitiekosten: Dit zijn kosten die een (sport)organisatie heeft gemaakt bij dreigend ontslag om werkloosheid te voorkomen of om deze periode zo kort mogelijk te laten duren, zoals outplacement;
  • De inzetbaarheidskosten: Dit zijn kosten die een (sport)organisatie tijdens het dienstverband heeft gemaakt om de medewerker te ontwikkelen en op te leiden, met als doel zijn brede inzetbaarheid te bevorderen. Deze kosten mogen geen directe relatie hebben met de functie of gericht zijn op duurzame inzetbaarheid binnen de (sport)organisatie, maar moeten de toekomstige arbeidsmarktpositie van de medewerker (buiten de organisatie) verbeteren, zoals een talencursus;
  • De loonkosten die gemaakt zijn tijdens een verlengde opzegtermijn, mits de medewerker gedurende die extra opzegtermijn volledig vrijgesteld is van arbeid.

Zowel transitie-als inzetbaarheidskosten kunnen alleen in mindering worden gebracht wanneer ze gemaakt zijn in de vijf jaar voor de beëindigingsdatum èn als de (sport)organisatie en medewerker over het in mindering brengen vooraf schriftelijk overeenstemming hebben bereikt.

Cao Sportverenigingen

Binnen cao’s kunnen afspraken gemaakt worden over het in mindering brengen van kosten op de transitievergoeding. Hierover hoeven de medewerker en (sport)organisatie dan geen overeenstemming te bereiken. Zo zijn de cao-partners van de cao Sportverenigingen overeengekomen dat scholingskosten die gericht zijn op het verbeteren van de arbeidsmarktpositie van de medewerker, met inbegrip van kosten met betrekking sport specifieke opleidingen, afgetrokken mogen worden van de transitievergoeding.